Blog

De jaarrekening en vorderingen

Comments Off on De jaarrekening en vorderingen

De jaarrekening en vorderingen

Grote en middelgrote ondernemingen zijn wettelijk verplicht jaarlijks een jaarrekening te deponeren bij de Kamer van Koophandel. Deze jaarrekening bestaat gewoonlijk uit het jaarverslag en de jaarrekening zelf. In de jaarrekening is een overzicht te zien van de balans en de winst- en verliesrekening van het afgelopen boekjaar. Het jaarverslag en de jaarrekening wordt ook wel de externe verslaggeving genoemd.

Verantwoordelijkheid externe verslaggeving

De verantwoordelijk voor de externe verslaggeving ligt bij de bestuurders van de onderneming. Het is de accountant die de cijfers controleert en vaststelt of de jaarrekening voldoet aan de wettelijke regels voor externe verslaggeving. Hij controleert of de cijfers juist zijn en of het jaarverslag die de leiding dient te schrijven overeenstemt met de realiteit. Eventuele opmerkingen komen in de toelichting. De externe verslaggeving is akkoord bevonden, wanneer de accountant zijn handtekening gezet heeft.

Vlottende activa (vorderingen, effecten en overlopende activa)

De activa voor de lange termijn (langer dan 1 jaar) vallen onder de vaste activa en komen op de balans. Daarna volgt de post vlottende activa. Dit is activa van 1 jaar of korter en omvat onder andere de voorraden en onderhanden werk. Daarnaast bevat de post vlottende activa nog de vorderingen (debiteuren), de effecten en de overlopende activa. Deze drie posten zullen we hier behandelen, hoe deze in de externe verslaggeving behandeld worden. De bedragen die onder de vlottende activa vallen, zullen in principe het volgende jaar afgeboekt zijn. Wanneer een post aan het einde van het volgende boekjaar nog in de vlottende activa staat, kan deze eventueel naar de vaste activa.

Vorderingen

Om de vorderingen op de balans op te nemen, moet het wel voldoen aan enkele voorwaarden, zoals de regels voor de externe verslaggeving aanduiden. Zo moet de waarde van een vordering op een juiste wijze zijn vastgesteld en betrouwbaar te zijn. Het is bijvoorbeeld niet voldoende om alleen een overeenkomst met een klant te overleggen en dit als vordering op te nemen. Er moet een daadwerkelijke verkoop en levering van goederen of diensten, de zogenaamde prestatie, hebben plaatsgevonden. Pas na de prestatie is de vordering een feit. Ook moet het realistisch zijn, dat de vorderingen daadwerkelijk door de onderneming ontvangen gaan worden. Dit moet voorkomen dat er zomaar niet realistische vorderingen op de balans terechtkomen om de omzet van een onderneming te verhogen.

Salderen vorderingen en schulden

Officieel is het niet toegestaan om vorderingen en schulden met elkaar te salderen. Zowel de vorderingen als de schulden zullen apart op de balans vermeld moeten worden. Er zijn wel uitzonderingen hierop. Bijvoorbeeld wanneer zowel de ondernemer als een derde partij elkaars schuldenaar en schuldeiser zijn. Dit mag dan ook alleen wanneer de andere partij hiermee, schriftelijk of mondeling mee akkoord is. Wanneer dit niet het geval is, zal er zowel een vordering onder de debiteuren en een schuld onder de crediteuren vermeld moeten worden. Ook zal de vordering en de schuld van dezelfde soort moeten zijn, dus beiden een geldbedrag. Het is dus niet mogelijk om een vordering met een levering te salderen. Wanneer na saldering er een vordering overblijft dient deze op in de post vlottende activa geboekt te worden.

Effecten

Effecten mogen pas in de jaarrekening opgenomen worden, wanneer er een contract bestaat tussen de onderneming en de belegger. Belangrijk is daarbij de datum van het aangaan van het contract. Vanaf dat moment kan er een vordering op de balans ontstaan. Als er tussen beide partijen geen contract ten grondslag ligt, dan wordt de datum bepaald op het moment van betaling of de levering van de effecten. Effecten moeten in eerste instantie gewaardeerd worden tegen de reële waarde, waarbij deze reële waarde gelijkstaat aan de kostprijs van de effecten. De transactiekosten mogen hierbij in opgenomen zijn. De verwerking van de transactiekosten zijn afhankelijk, hoe de waardeverandering(en) van de effecten geboekt worden. Transactiekosten mogen bijvoorbeeld in de waarde opgenomen worden, wanneer de waardverandering via het eigen vermogen worden geboekt en zij gewaardeerd worden tegen de kostprijs. Wanneer de waardeveranderingen in winst- en verliesrekening geboekt worden, dienen ook de transactiekosten in winst- en verliesrekening worden opgenomen.

Overlopende activa

De overlopende activa is geen post die onder de vorderingen opgenomen mag worden, maar moet als een aparte post vermeld worden onder de vlottende activa. Overlopende activa zijn alle vooruitbetaalde bedragen, waarvoor nog een factuur ontvangen moet worden in het nieuwe boekjaar. Het betreft hier dan vaak kosten die betrekking hebben op het volgende boekjaar. Voorbeelden hiervan zijn onder andere verzekeringspremies en abonnementen. De post overlopende activa zal normaal gesproken in de volgend boekjaar, na ontvangst van de facturen leeg zijn en behoort derhalve onder de post vlottende activa.

March 26, 2018 |

Liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit

Comments Off on Liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit

Liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit

In dit artikel wordt een uitleg gegeven over de begrippen: Liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit. Deze termen worden in de financiële wereld vaak toegepast. Ook zijn de begrippen vaak beschreven in de jaarrekening van een organisatie.

 

Wat is liquiditeit?

Het is van vitaal belang voor een organisatie om inzicht te hebben in zijn kortetermijnverplichtingen en of deze verplichtingen kunnen worden bereikt, zodat stabiliteit wordt gegarandeerd. Als de ratio’s niet voldoen aan de vastgestelde liquiditeitsnormen, bijvoorbeeld de huidige ratio, die voorraadposities en de quick ratio moet omvatten.
Een organisatie wil hiervan op de hoogte zijn, omdat instabiliteit dreigt. Door regelmatig te rekenen en het percentage en hun ontwikkelingen te bepalen blijven ze op de hoogte. Het liquiditeitspercentage kan worden vergeleken met voorgaande perioden, het verwachte budget of met de concurrenten.
Zij moeten in staat zijn om aan hun verplichtingen te voldoen. Ze kunnen hun solvabiliteit berekenen, zodat ze hun schulden op korte en lange termijn kunnen betalen, inclusief winst, wat relevant is voor een organisatie.

De liquiditeit helpt om inzicht te krijgen in de financiële situatie van een organisatie. Door middel van berekeningsratio’s en vergelijkingen met de huidige situatie, krijgt een bedrijf inzicht in zijn financiële prestaties. Ze kunnen de liquiditeitsratio vergelijken aan het begin van het jaar en aan het einde van het jaar. Deze gegevens kunnen ze naast die van de concurrenten leggen ter vergelijking. Deze worden uitgedrukt in: netto werkkapitaal, current ratio en de quick ratio. Ook wel de statische liquiditeit.

Dynamische liquiditeit

Een verhouding tussen de uitgaande geldstromen en de inkomende kasstromen gedurende een bepaalde periode van bijvoorbeeld een maand. Voor het bedrijf moet de inkomende cashflow groter zijn dan de uitgaande geldstroom. Een organisatie stelt vaak een liquiditeitsbudget op om een ​​schatting te maken van de inkomende en uitgaande geldstromen voor een bepaalde periode. Op deze manier is de kans kleiner dat de organisatie zonder geld wordt achtergelaten. Voor een bedrijf kan het relevant zijn om zowel statische als dynamische liquiditeit te berekenen.

Bepaling van de liquiditeit

De statische liquiditeit kan worden berekend op basis van de gegevens van de balans. Dit kan het saldo zijn van de financiële administratie of jaarrekeningen van een organisatie. De dynamische liquiditeit wordt hoofdzakelijk berekend voor intern gebruik. In de jaarrekening van de organisatie vinden ze in het kasstroomoverzicht het overzicht van de inkomende en uitgaande geldstromen van het afgelopen jaar. Het bedrijf moet hun inkomende en uitgaande geldstromen voor de komende jaren inschatten. Solvabiliteit is de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemde vermogen. Een negatieve balans van de solvabiliteit houdt dus in dat een bedrijf niet genoeg geld heeft om te kunnen betalen voor nieuwe machines, vrachtwagens of gebouwen. Het is belangrijk dat bedrijven blijven investeren om winst te maken, zodat ze moeten lenen. Een bank wil weten of het bedrijf in staat is om de lening zowel op korte als op lange termijn terug te betalen, dus een bedrijf moet een goede solvabiliteit hebben. De financiële situatie van een organisatie kan worden gemeten door de winstgevendheid, liquiditeit en solvabiliteit te berekenen. Dit zijn zowel schulden voor de korte als voor de lange termijn.

Winstgevendheid

Dit is de verhouding tussen winst en eigen vermogen. Met de winstgevendheid kunnen ze investeringsbeslissingen voor de langere termijn nemen. De belegger maakt een afweging tussen het risico en het rendement per belegging, waardoor het van vitaal belang is om de winstgevendheid per investering te berekenen. Het bedrijf moet winst behalen om stabiliteit en gemakkelijk te betalen aandeelhouders te garanderen. De winstgevendheid wordt berekend om de verdiende winst te bepalen. Er zijn drie verschillende manieren om de berekening van de rentabiliteit te maken.
– Rentabiliteit eigen vermogen (REV)
– Rentabiliteit totaal vermogen (RTV)
– Rentabiliteit vreemd vermogen (RVV)

 

Interne winstgevendheid

Het verschil tussen de interne winstgevendheid en de netto contante waarde is dat een percentage wordt berekend voor de interne rentabiliteit. beleggingsbeslissing wordt genomen op basis van een berekening van de gemiddelde boekhoudkundige winstgevendheid. Rekening wordt gehouden met toekomstige geldstromen die voortvloeien uit de investering, die verschillende dingen kunnen omvatten. bijvoorbeeld de investering in nieuwe machines in een fabriek, waarbij investeringen worden gedaan in vaste of vlottende activa.

 

Gemiddeld geïnvesteerd vermogen

Het gemiddelde geïnvesteerde kapitaal is het bedrag dat gedurende een bepaalde periode is bijgedragen en bepaalt vervolgens hoe hoog dit bedrag was aan het begin van de periode en aan het einde van de periode. Dan wordt het gemiddelde bepaald. voor investeringen in machines of andere activa is het de bedoeling bepaalde doelen te bereiken.
Er is een machine gekocht voor € 10.000. De restwaarde is € 2.000, -. In totaal gaat de machine 4 jaar mee.
Het gemiddeld geïnvesteerd vermogen in jaar 1 = € 10.000 (startperiode) + € 8.000 (einde periode) -> deel door twee is € 9.000, –
De vermindering van € 2.000 in de betreffende periode is het resultaat van afschrijvingen die zij berekenen aan de hand van de aanschafwaarde € 10.000, minus restwaarde € 2.000, = € 8.000. De machine gaat 4 jaar mee, dus € 8.000 / 4 = € 2.000.

Hefboomeffect rentabiliteit

Deze rentabiliteit houdt in dat hogere rendementen worden behaald dan de rente op het vreemd vermogen. Als de winstgevendheid van het totale kapitaal hoger is dan de winstgevendheid van het vreemd vermogen, is er sprake van een positief hefboomeffect en in het geval dat de kapitaalwinstgevendheid lager is dan het negatieve hefboomeffect is er een negatief effect. Hoe groter het aandeel vreemd vermogen, hoe groter het hefboomeffect.

 

https://www.solvabiliteitberekenen.nl/
March 23, 2018 |
Vantage Theme – Powered by WordPress.
Skip to toolbar